|
TOELICHTING DAGVAARDING KANTONGERECHT
Het gebruik van dit model geschiedt op eigen risico en er kunnen geen rechten aan worden ontleend.
Inleiding.
Een rechtsvordering is een eis die u in een procedure ter beoordeling aan de rechter voorlegt en waarvan u verzoekt dat deze door de rechter zal worden toegewezen in zijn uitspraak (vonnis). De rechtsvordering kan van alles inhouden, dus niet alleen het betalen van een geldsom of bepaalde schadevergoeding, maar ook bijvoorbeeld herstel van gebreken, levering van een (vervangende) zaak, het staken van bepaald gedrag en dergelijke.
In een aantal gevallen dient een geschil aanhangig te worden gemaakt bij de kantonrechter. Het gaat hier onder meer om:
[1] situaties waarin de totale omvang van uw rechtsvordering niet meer dan EURO 5.000,-- bedraagt (vordert u dus minder dan EURO 5.000, dan is altijd de kantonrechter bevoegd, ongeacht om wat voor soort zaak het gaat);
[2] alle huurkwesties en vorderingen of claims die daaruit voortvloeien, ongeacht de omvang van de rechtsvordering (dus óók wanneer de omvang van uw rechtsvordering meer dan EURO 5.000,-- bedraagt);
[3] alle arbeidsgeschillen en vorderingen of claims die daaruit voortvloeien, ongeacht de omvang van de rechtsvordering (een uitzondering geldt echter voor arbeidsgeschillen met de statutair bestuurder van een besloten of naamloze vennootschap; daarbij is de rechtbank bevoegd, en niet de kantonrechter).
Bij welk kantongerecht moet u de procedure aanhangig maken? Er zijn immers vele kantongerechten in Nederland, met ieder een eigen territoir (kanton of ambtsgebied). Wanneer u de procedure aanhangig maakt bij het kantongerecht binnen wiens ambtsgebied de wederpartij (gedaagde) woont (natuurlijke personen) of statutair gevestigd is (rechtspersonen), zit u eigenlijk altijd goed. Is de gedaagde een ondernemer (eenmanszaak, maatschap, vennootschap onder firma) of rechtspersoon (BV, vereniging, stichting), dan kunt u de procedure ook altijd aanhangig maken bij het kantongerecht binnen wiens ambtsgebied de ondernemer respectievelijk rechtspersoon feitelijk kantoor houdt. Voor de vraag binnen het ambtsgebied van welke kantonrechter een bepaalde gemeente valt, kunt u (internetsite) raadplegen.
'Partijen kunnen in zaken voor de kantonrechter in persoon procederen' (art. 79 lid 1 Rv). Dat houdt in dat iedere burger (inclusief iedere ondernemer en iedere rechtspersoon, zoals een BV, vereniging, stichting) zelf een procedure kan starten bij de kantonrechter en daarbij niet verplicht is om zich bij het verrichten van proceshandelingen te laten vertegenwoordigen door een advocaat, procureur, deurwaarder of een andere gemachtigde. De burger mag dus zelf alle proceshandelingen verrichten, zoals het indienen van schriftelijke stukken en het voeren van het woord ter zitting. Hetzelfde geldt voor degene die door een ander wordt opgeroepen om op een bepaalde datum ter zitting te verschijnen (gedaagde).
Het zelfstandig, zonder hulp van een gemachtigde, optreden in een kantongerechtsprocedure verdient echter alleen aanbeveling in eenvoudige zaken waarbij de omvang van het geschil gering is en de betrokken procespartij (eiser of gedaagde) niet in aanmerking komt voor gesubsidieerde rechtshulp van de overheid (toevoeging). Onder die omstandigheden kan het zinvol zijn om zelf, zonder hulp van professionele derden, te procederen, omdat anders de advocaatkosten al snel de omvang van het geschil overtreffen. Zelfs als men het proces wint, blijft men in dat geval immers vaak nog met een nadelig saldo zitten, aangezien de advocaatkosten bij een proceskostenveroordeling niet volledig door de verliezende wederpartij aan u behoeven te worden vergoed.
Indien u bijvoorbeeld voor EURO 250,-- een mobiele telefoon hebt gekocht en deze raakt binnen de garantietermijn stuk, maar de verkoper weigert desondanks een kosteloze reparatie uit te voeren of een nieuwe telefoon aan u ter beschikking te stellen, dan kunt u beter zelf naar de kantonrechter stappen en een procedure tegen de verkoper beginnen. In dat geval zullen de advocaatkosten immers niet opwegen tegen de omvang van het geschil.
Soms kan het, wanneer u toch begeleiding wenst bij het proces, zinvol zijn om contact op te nemen met een deurwaarder. Hij kan eveneens voor u als gemachtigde optreden tijdens het proces. In feite stelt hij dan voor u de stukken op (dagvaarding als u als eiser optreedt, conclusie van antwoord als u gedaagde bent) en voert hij namens u ter zitting het woord. In eenvoudige zaken kan een deurwaarder uw belangen goed behartigen. Uiteraard zijn er wel kosten verbonden aan zijn werkzaamheden, maar deze zijn beduidend lager dan die van een advocaat. Wanneer u evenwel in aanmerking komt voor gesubsidieerde rechtsbijstand van de overheid (toevoeging), kunt u beter een advocaat in de arm nemen, aangezien de overheid alleen in dat geval aan u een toevoeging verleent.
'Vandaag de'.
Een procedure bij de kantonrechter moet in beginsel bij dagvaarding aanhangig worden gemaakt. Dit model bevat een eenvoudig voorbeeld van zo'n dagvaarding, die de gebruiker verder zelf moet aanvullen met feitelijke gegevens. In de toelichting op het model is aangegeven welke gegevens door u en welke gegevens door de deurwaarder moeten worden ingevuld.
Een dagvaarding is een officieel stuk, waarmee iemand (eiser) een ander (gedaagde) oproept om op een bepaald moment voor de rechter te verschijnen in verband met een geschil tussen beiden. De dagvaarding moet door een deurwaarder aan de gedaagde worden betekend. Dat wil zeggen dat de deurwaarder de dagvaarding persoonlijk moet afgeven op het adres van de gedaagde. Daarvan maakt de deurwaarder vervolgens een officiële aantekening op de dagvaarding. Het is dus niet voldoende om zelf de dagvaarding in te vullen en deze per aangetekende post naar de gedaagde te versturen.
U zult, nadat u het model zelf waar nodig hebt ingevuld, deze in tweevoud naar een deurwaarder moeten versturen, met het verzoek de dagvaarding te betekenen aan de gedaagde. Art. 45 lid 2, sub a Rv stelt het vereiste dat elk exploot, dus ook het exploot van dagvaarding, de datum van de betekening vermeldt. Uiteraard wordt deze door de deurwaarder ingevuld. Dus na 'Vandaag de' in het model behoeft u zelf niets in te vullen. Ook de ruimte onder de woorden 'Vandaag de' moet u blanco laten. Hier plaatst de deurwaarder namelijk zijn stempel, met daarop de woorden: 'heb ik, Jan Pietersen, Gerechtsdeurwaarder te Helmond, kantoorhoudend aan de Helmondse Straatweg 24 te Helmond', of iets dergelijks. Art. 45 lid 2 sub c Rv vereist voor elk exploot de vermelding van de voornamen, de naam en het kantooradres van de deurwaarder. Aan dat vereiste wordt voldaan door plaatsing van een stempel door de deurwaarder.
Aan de betekening van de dagvaarding door de deurwaarder zijn kosten verbonden. Als regel moet u die vooraf betalen. Tevens zult u aan het kantongerecht griffierecht moeten voldoen. Neem daarom eerst telefonisch contact op met de deurwaarder voordat u de dagvaarding naar de deurwaarder verzendt. De deurwaarder kan ingevolge art. 3 van de op 15 juli 2001 in werking getreden Gerechtsdeurwaarderswet elke deurwaarder in Nederland zijn, maar deze heeft op grond van art. 11 van die wet slechts in het eigen arrondissement een ministerieplicht. Het verdient evenwel aanbeveling om een deurwaarder te kiezen in de plaats of het kanton waar de gedaagde woont. Raadpleeg daarvoor het telefoonboek, de Gouden Gids of internet (onder 'gerechtsdeurwaarders').
Eiser.
Degene die een procedure bij de kantonrechter start (en daartoe dus gebruikmaakt van het onderhavige model van de dagvaarding), noemt men 'eiser' (of 'eiseres'). Art. 45 lid 2, sub b Rv vereist de naam, en van een natuurlijke persoon tevens alle voornamen (dus niet alleen de voorletters of initialen), en de woonplaats van degene op wiens verzoek de betekening geschiedt (dus van de eiser). Van de eiser wordt overigens niet verwacht dat hij zijn volledige adres vermeldt. Dit verdient echter wel aanbeveling omdat de griffie van het kantongerecht anders moeite zal hebben u te vinden, waardoor u oproepen en andere stukken kunt mislopen.
Treedt u op als eigenaar van een eenmanszaak of als een zelfstandige beroepsbeoefenaar, dan dient u toch onder uw eigen voornamen en achternaam, en dus niet onder uw bedrijfs- of handelsnaam (bijvoorbeeld 'Bakkerij De Gulden Krakeling' of 'ATS Accountant'), als partij in de dagvaarding te worden omschreven. Wel mag u in dat geval, wanneer uw rechtsvordering verband houdt met uw onderneming, als woonplaats kiezen het adres waar uw onderneming is gevestigd en kantoor houdt. U hebt dan dus de keuze uit uw privé-adres en uw kantooradres. Soms is dit natuurlijk hetzelfde adres.
Treedt u op als vennoot in een maatschap van beroepsbeoefenaars, dan geldt het voorgaande evenzeer. U dient uw eigen voornamen en achternaam in de partijomschrijving te vermelden, en niet de maatschapsnaam of een beroepsnaam. Als woonplaats mag u wederom uw privé-adres of uw kantooradres opgeven. Dit laatste echter alleen voorzover uw rechtsvordering verband houdt met uw onderneming. Het is mogelijk dat de overeenkomst waaruit uw rechtsvordering is voortgevloeid, niet in uw eigen naam is aangegaan, maar in naam van de maatschap als zodanig. Als partij in de overeenkomst staat bijvoorbeeld de maatschapsnaam vermeld met het kantooradres. Alsdan kan de maatschap - dus de maatschapsnaam en het kantooradres - als zodanig in de dagvaarding bij de partijomschrijving worden ingevuld, waarbij het trouwens aanbeveling verdient om toch de voornamen en achternaam en het privé-adres van alle vennoten afzonderlijk te vermelden. Dit behoeft uiteraard niet wanneer er zeer veel vennoten aan de maatschap deelnemen.
Een vennootschap onder firma treedt ten aanzien van zaken die onder de vennootschapsnaam zijn aangegaan of die verband houden met het bedrijf van de vennootschap ook in die hoedanigheid als procespartij op. Dit betekent dat bij rechtsvorderingen die uit dergelijke zaken voortvloeien, in de dagvaarding de vennootschapsnaam en het kantooradres bij de partijomschrijving moeten worden vermeld. Daarnaast verdient het aanbeveling de voornamen en achternaam en het privé-adres van alle deelnemende vennoten afzonderlijk - en ieder als partij - te noemen. Noodzakelijk is dit echter niet. Voor een commanditaire vennootschap geldt hetzelfde, zij het dat hier alleen eventueel de voornamen en achternaam van de beherende vennoten als aanvulling kunnen worden vermeld. De naam en het adres van de commanditaire vennoot of vennoten mogen niet worden opgenomen.
Een vennoot in een vennootschap onder firma of commanditaire vennootschap kan natuurlijk ook voor privé-aangelegenheden een procedure willen starten. Men denke aan het geval dat hij voor zijn hobby een zeilboot heeft gekocht, waarna blijkt dat de verkoper de boot niet wil leveren. De koopovereenkomst zal hier in eigen naam, dus in privé en niet in naam van de vennootschap onder firma, zijn gesloten. De rechtsvordering heeft ook niets te maken met het bedrijf van de vennootschap onder firma. De vennoot treedt derhalve uitsluitend als privé-persoon op. Hij moet bij de partijomschrijving in de dagvaarding alleen zijn voornamen en achternaam alsmede zijn privé-adres (woonadres) vermelden, niet die van de vennootschap onder firma. De andere vennoten zijn op geen enkele wijze bij deze rechtsvordering betrokken.
Indien een rechtspersoon als eiser optreedt, dient in de dagvaarding zijn statutaire naam en de statutaire woonplaats te worden vermeld, alsmede een kantoor- of postbusadres waar de rechtspersoon is te bereiken. Drijft de rechtspersoon een onderneming, zoals bij een BV doorgaans het geval zal zijn, dan mag in plaats van de statutaire woonplaats ook steeds het kantooradres worden ingevuld. Sommige rechtspersonen nemen onder één of meer handels- of merknamen aan het rechtsverkeer deel. Die namen spelen binnen de dagvaarding, althans bij de partijomschrijving, geen enkele rol.
'In zaken waarin partijen in persoon kunnen procederen, kunnen zij zich laten bijstaan of door een gemachtigde laten vertegenwoordigen" (art. 80 lid 1 Rv). U behoeft zich in een procedure ten overstaan van de kantonrechter derhalve niet te laten vertegenwoordigen door een gemachtigde, maar het mag wel. Tevens mag u, wanneer u zelf het proces voert en ter zitting verschijnt, zich ook door een derde laten bijstaan. Zo kunt u een familielid meenemen, die mede namens u - in uw bijzijn - een bepaalde toelichting geeft. In dit model wordt aangenomen dat u zich niet door een gemachtigde laat vertegenwoordigen, maar zelf alle proceshandelingen verricht. Indien u zich door een gemachtigde, bijvoorbeeld een advocaat, deurwaarder of bedrijfsjurist, laat vertegenwoordigen, ligt het voor de hand dat de dagvaarding door hem wordt opgesteld. U behoeft dan niet zelf een dagvaarding te maken en in te vullen.
Als gemachtigde kan een advocaat, deurwaarder of een ander (bijvoorbeeld de jurist van het bedrijf) optreden. 'De kantonrechter kan van een gemachtigde overlegging van een schriftelijke volmacht verlangen" (art. 80 lid 2 Rv). Dit laatste geldt niet voor advocaten, procureurs en deurwaarders die als gemachtigde optreden (art. 80 lid 3 Rv).
Woonplaatskeuze.
De eiser moet in de dagvaarding zijn woon- of vestigingsplaats vermelden. Meestal is dit zijn werkelijke woonplaats of, in geval van een ondernemer of rechtspersoon, het adres waar deze kantoor houdt. Wanneer de eiser niet in dezelfde plaats woont als waar het kantongerecht is gevestigd, dient hij in de dagvaarding tevens woonplaats te kiezen ter griffie van het kantongerecht in die plaats.
Wanneer de eiser zich door een gemachtigde laat vertegenwoordigen, dan dient in de dagvaarding tevens de naam en het adres van de gemachtigde te worden vermeld (art. 111 lid 2 sub b Rv). Het adres is het kantooradres als het een beroepsgemachtigde betreft (bijvoorbeeld een advocaat, bedrijfsjurist of deurwaarder) en diens woonadres als dat niet het geval is (bijvoorbeeld een kennis of familielid). Een dergelijke domiciliekeuze heeft op grond van art. 63 lid 1 Rv tot gevolg dat een verzet-, appel- of cassatiedagvaarding door de wederpartij ook aan het adres van de advocaat, procureur of deurwaarder niet van een andere gemachtigde) mag worden uitgebracht. Dit geldt eveneens in kantongerechtszaken waar een advocaat of deurwaarder zich als gemachtigd heeft gesteld én de eiser in de dagvaarding op diens kantoor woonplaats heeft gekozen. 'Partijen worden geacht tot aan het eindvonnis bij de gemachtigde woonplaats te hebben gekozen, tenzij zij hebben verklaard een andere woonplaats te hebben gekozen' (art. 80 lid 4 Rv).
In de hierboven genoemde gevallen is het kantooradres van de advocaat, procureur of deurwaarder het alternatieve betekeningsadres van de eiser (en de gedaagde: zie hierna) voor het geval tijdens of na de procedure een nieuwe dagvaarding moet worden uitgebracht, zulks uiteraard ter onderscheiding van zijn privé-adres. Niettemin kunnen zich, wanneer de vraag van betekening van de dagvaarding aan de orde komt, de volgende problemen voordoen.
(1) de desbetreffende advocaat / procureur / deurwaarder heeft zijn praktijk neergelegd: In dat geval mag het exploot niet meer aan diens (oude) kantooradres worden gelaten (HR 28 juni 2001, RvdW 2001, 128, rov. 3.3). Er is zodoende geen alternatief betekeningsadres meer, zodat het exploot aan (de woonplaats van) de wederpartij zelf zal moeten worden betekend;
(2) de desbetreffende advocaat / procureur / deurwaarder is naar een ander kantoor binnen óf buiten het arrondissement vertrokken: In dat geval zal de betekening van het exploot aan het nieuwe kantooradres kunnen plaatsvinden, ongeacht of dit binnen of buiten het oorspronkelijke arrondissement ligt (EK 1984 - 1985, 18 052, nr. 126b, p. 5);
(3) het gehele kantoor van de desbetreffende advocaat / procureur / deurwaarder is inmiddels verhuisd: In dat geval kan het exploot aan het nieuwe kantooradres worden uitgebracht.
Gedaagde.
Degene tegen wie de eiser de procedure instelt, dus degene die in de dagvaarding wordt opgeroepen om op een bepaalde dag ter zitting te verschijnen, noemt men de gedaagde. Dit kan zowel een natuurlijke persoon (burger, ondernemer) als een rechtspersoon zijn. Ook de gedaagde mag, maar is niet verplicht om zich in de kantongerechtsprocedure door een gemachtigde te laten vertegenwoordigen of bijstaan. Art. 45 lid 2 sub c Rv vereist de achternaam en woonplaats van degene voor wie het exploot is bestemd (gedaagde). In de dagvaarding behoeven dus niet alle voornamen van de gedaagde te worden vermeld. De achternaam, liefst wel met de voorletters, volstaat.
Niet altijd zal de eiser zeker weten waar de gedaagde woont of gevestigd is. Is de gedaagde een bedrijf of rechtspersoon, dan kan hij hiervoor het handelsregister raadplegen bij de Kamer van Koophandel. Ten aanzien van de vermelding van namen en woon- of vestigingsplaats geldt voor het overige hetzelfde als te dien aanzien bij de eiser is opgemerkt. Wenst u bijvoorbeeld een vennootschap onder firma in de procedure te betrekken, dan dient u de vennootschapsnaam en het kantooradres op te geven en is het raadzaam om daarnaast de namen en de privé-adressen van de afzonderlijke vennoten te vermelden. Daagt u een rechtspersoon voor de rechter, dan dient dit onder diens statutaire naam en het kantooradres te gebeuren.
Een maatschap staat niet in het handelsregister ingeschreven. U kunt de rechtsvordering in beginsel alleen instellen tegen de maat met wie u de rechtshandeling bent aangegaan, tenzij de maatschap als zodanig uitdrukkelijk in de overeenkomst als partij is genoemd. Zie voor het overige hetgeen hierover bij de eiser als procespartij is opgemerkt.
Is de gedaagde een natuurlijke persoon (niet zijnde een bedrijfsbeoefenaar), dan is het raadzaam aan de deurwaarder, die de dagvaarding zal gaan betekenen, de opdracht te geven om bij de gemeente na te vragen waar de desbetreffende gedaagde officieel is ingeschreven.
Is voor de gedaagde eveneens een gemachtigde advocaat, procureur of deurwaarder verschenen, dan wordt ook de gedaagde geacht tot aan het eindvonnis bij de gemachtigde woonplaats te hebben gekozen, tenzij hij heeft verklaard een andere woonplaats te hebben gekozen (art. 80 lid 4 Rv). Vaak wordt uitdrukkelijk in de schriftelijke reactie van de gedaagde vermeldt dat een advocaat, procureur of deurwaarder als gemachtigde optreedt bij het verrichten van de proceshandelingen. De gedaagde wordt alsdan geacht op het kantoor van die gemachtigde woonplaats te hebben gekozen (dit behoeft derhalve niet uitdrukkelijk te zijn geschied). Heeft de gedaagde uitdrukkelijk of op grond van de voormelde fictie woonplaats gekozen op het adres van een professionele gemachtigde, dan kan een verzet-, appel- of cassatiedagvaarding door de eiser evenzeer aan het adres van de advocaat, procureur of deurwaarder van de gedaagde worden gedaan (HR 12 december 1986, NJ 1987 / 999).
'aldaar mijn exploot doende en afschrift van deze dagvaarding latende aan'.
Art. 45 lid 2 sub e Rv vereist vermelding van degene aan wie afschrift van het exploot is gelaten, onder vermelding - en dat is nieuw - van diens hoedanigheid. Dit kan de gedaagde persoonlijk zijn, maar ook een van zijn huisgenoten of, in geval de gedaagde een ondernemer of rechtspersoon is, één van diens werknemers. Treft de deurwaarder niemand op het adres aan, dan mag hij de dagvaarding ook in de brievenbus van de gedaagde achterlaten of onder de deur van diens woon- of kantooradres schuiven. De deurwaarder vult onder de zinsnede 'aldaar mijn exploot doende en afschrift van deze dagvaarding latende aan' in aan wie en / of hoe hij de dagvaarding heeft betekend, dus heeft overhandigd of achtergelaten. Dit deel van de dagvaarding dient u dus blanco te laten.
'OM OP'.
Art. 111 lid 2 sub f Rv vereist voor dagvaardingen vermelding van de roldatum waartegen wordt gedagvaard en, indien alsdan een terechtzitting plaatsvindt, het uur daarvan. De gewone termijn van dagvaarding is ingevolge art. 114 Rv ten minste één week, waar deze voorheen ingevolge art. 7 lid 1 Oud-Rv vier weken (in kantongerechtszaken) of acht dagen (in rechtbankzaken) bedroeg. De invulling van deze gegevens dient u aan de deurwaarder over te laten. Geef aan de deurwaarder tevens uitdrukkelijk de opdracht om de dagvaarding te introduceren bij het kantongerecht. Vraag na ontvangst van de door de deurwaarder betekende dagvaarding zo nodig aan de de griffie van het kantongerecht of de zaak daar aanhangig is gemaakt. Zo nee, neem dan hierover zo snel mogelijk contact op met de deurwaarder of informeer zelf bij de kantongerecht hoe u dat alsnog moet doen. In feite is het voldoende als u daarvoor de originele dagvaarding naar de griffie van het kantongerecht stuurt met het verzoek de zaak op de rol te plaatsen.
Let op: bij de hier bedoelde eenvoudige procedures zal de gedaagde vaak op het genoemde tijdstip in persoon ter zitting verschijnen om zijn verhaal te doen. Hij geeft dan geen schriftelijke reactie. U zult dan tevens - voorbereid - op dat moment naar de zitting moeten gaan.
Art. 111 lid 2 sub e Rv vereist aanwijzing van de rechter die van de zaak kennis neemt, onder vermelding van het adres van het gerecht dan wel - indien van toepassing - van de nevenzittings- of nevenvestigingsplaats (bijvoorbeeld kantongerecht). Zie in dit verband het Besluit nevenvestigings- en nevenzittingsplaatsen van 10 december 2001, Stb. 616. U dient dus eerst te bepalen welk kantongerecht bevoegd is van de zaak kennis te nemen, dus bij welk kantongerecht u de zaak aanhangig moet maken. Dit kantongerecht valt in een groter ambtsgebied van de rechtbank (arrondissement genaamd). Wanneer de gedaagde bijvoorbeeld in de gemeente Gemert woont, zal de procedure aanhangig moeten worden gemaakt bij het kantongerecht te Helmond, omdat Gemert binnen het ambtsgebied van dit kantongerecht ligt. Het kanton Helmond valt binnen het arrondissement van de rechtbank te 's-Hertogenbosch. Evenals trouwens het kanton Eindhoven en het kanton 's-Hertogenbosch. In dit voorbeeld dient u dus te vermelden dat de gedaagde in persoon of bij gemachtigde dient te verschijnen ter terechtzitting van de rechtbank te 's- Hertogenbosch, sector kanton, locatie Helmond, welke alsdan gehouden zal worden in het Kantongerechtsgebouw aan de Weg op den Heuvel nr. 9 te Helmond.
'met uitdrukkelijke vermelding'.
In kantongerechtszaken dient de dagvaarding te vermelden de wijze waarop de gedaagde in het geding moet verschijnen, te weten in persoon of vertegenwoordigd door een gemachtigde (art. 111 lid 2 sub g Rv).
In kantongerechtszaken dient de dagvaarding tevens te vermelden: de wijze waarop de gedaagde kan antwoorden zoals bepaald in art. 82 lid 1 en 2 Rv en de rechtsgevolgen van het achterwege blijven van een antwoord, welke gevolgen in art. 139 Rv worden omschreven.
Ontbreekt één van beide zinnen, dan zal de kantonrechter u niet ontvankelijk verklaren en is de dagvaarding in feite waardeloos.
FEITEN
Art. 111 lid 2 sub d Rv vereist voor dagvaardingen vermelding van de gronden waarop u uw eis (rechtsvordering) baseert (fundamentum petendi) en op het einde een korte omschrijving van de uiteindelijke eis zelf (petitum).
Als regel dient u eerst de feiten van het geschil grondig uiteen te zetten, liefst in een logische en chronologische volgorde. Bijvoorbeeld dat u op een bepaalde datum een geldbedrag aan de gedaagde hebt geleend en dat deze nu weigert om zijn schuld terug te betalen of dat u op een bepaalde datum een televisie hebt gekocht, die een gebrek vertoont, maar dat de winkel niet bereid is de televisie kosteloos te repareren of een nieuwe televisie aan u ter beschikking te stellen, hoewel u van mening bent dat u daar wel recht op hebt. Bij eenvoudige zaken zal de kantonrechter in deze feiten zelf wel de gronden van uw rechtsvordering kunnen lezen. Hij is ambtshalve verplicht om die gronden aan te vullen, zodat u daarvoor niet precies de juiste juridische bewoordingen behoeft te hanteren. De kantonrechter mag evenwel geen nieuwe feiten aan uw verhaal toevoegen.
VERWEREN EN GRONDEN.
Art. 111 lid 3 Rv vereist - overigens niet op straffe van nietigheid (zie art. 120 lid 4 Rv) - vermelding in het exploot van dagvaarding van de door gedaagde tegen de eis aangevoerde verweren en gronden daarvoor, de zogeheten substantiëringsplicht die het voor 1 januari 2002 geldende recht niet kende. Vaak is er, vóórdat het geschil voor de rechter werd gebracht, al enig contact tussen de eiser en de gedaagde geweest naar aanleiding van hun geschil. U hebt bijvoorbeeld de gedaagde al herhaaldelijk aangesproken om de geldlening terug te betalen of u hebt de winkel al twee keer gevraagd om de televisie te komen repareren. Meestal zal de gedaagde naar aanleiding daarvan wel een bepaald verweer hebben gevoerd, op grond waarvan hij van mening is dat u niets meer van hem kunt verlangen. De gedaagde kan bijvoorbeeld stellen dat u hem geen geldbedrag hebt geleend, maar geschonken, of dat hij de schuld reeds heeft terugbetaald of op een andere manier met u heeft verrekend. De winkelier kan bijvoorbeeld aanvoeren dat u het gebrek zelf hebt veroorzaakt en dat hij daarvoor niet aansprakelijk is of dat uw klacht buiten de garantietermijn aan hem is kenbaar gemaakt, zodat hij zich tot niets meer verplicht voelt. Die verweren kunt u dan in de dagvaarding reeds vermelden.
Soms heeft de gedaagde geen serieus verweer gevoerd (de schuldenaar heeft slechts herhaaldelijk toegezegd dat hij u zo snel mogelijk zal terugbetalen) of zelfs helemaal niets van zich laten horen. Dit kan dan eveneens in de dagvaarding worden vermeld.
WEERLEGGING.
Nergens staat dat de eerder door de gedaagde tegen de eis aangevoerde verweren en de gronden daarvoor door de eiser in de dagvaarding dienen te worden weerlegd, maar het verdient - met het oog op een doelmatige procesvoering - sterk aanbeveling dat wel te doen. In dit model wordt uitgegaan van een juridisch eenvoudige zaak, zodat wordt volstaan met een verwijzing naar de eerder door de eiser vermelde feiten en gronden, waaruit als vanzelf voortvloeit dat de (mogelijke) verweren van de gedaagde op geen enkele manier afbreuk aan uw rechtsvordering kunnen doen.
BEWIJSMIDDELEN.
Voorzover de gedaagde uw rechtsvordering en de daaraan ten grondslag liggende feiten duidelijk betwist, mag de kantonrechter niet zomaar geloof hechten aan uw stellingen. Als regel geldt dat degene die iets beweert (eiser), de rechter ervan dient te overtuigen dat zijn bewering juist is, tenzij de ander (gedaagde) de bewering niet of onvoldoende weerspreekt. Wie stelt, dient te bewijzen (art. 150 Rv). Slaagt de eiser niet in dit bewijs, dan zal zijn rechtsvordering reeds om die reden niet door de kantonrechter kunnen worden toegewezen.
Wanneer u beweert dat u EURO 3.000,-- aan een schuldenaar hebt geleend, dient u dit - wanneer de schuldenaar (gedaagde) dit ontkent - te bewijzen, bijvoorbeeld door overlegging van een geldleenovereenkomst, een bankafschrift of een door de gedaagde destijds ondertekende schuldbekentenis. Pas wanneer u in dit bewijs bent geslaagd, is er reden om verder te kijken. Meestal zal de kantonrechter dan de gedaagde belasten met het bewijs van diens verweer. Als de gedaagde beweert dat er sprake was van een schenking, zal hij dit aannemelijk moeten maken door overlegging van bepaalde bewijsmiddelen. Als hij beweert dat hij de lening al heeft terugbetaald, zal hij bijvoorbeeld bankafschriften of kwitanties (betalingsbewijzen) kunnen overleggen. Slaagt de gedaagde in dit bewijs, dan moet de vordering van de eiser alsnog worden afgewezen. Heeft de eiser evenwel zijn stellingen voldoende bewezen en slaagt de gedaagde niet in het bewijs van zijn verweer, bijvoorbeeld omdat dit verweer helemaal niet klopt en hij daarvoor dus ook geen bewijs kán aandragen, dan zal de rechtsvordering van de eiser als regel door de kantonrechter worden toegewezen.
Op die manier moet u steeds bepalen welke bewijsmiddelen van belang zijn ter staving van uw verhaal. Als u beweert dat u een televisie hebt gekocht van een winkelier, waarin een gebrek voorkomt, dient u - wanneer de winkelier dit voldoende weerspreekt - ten eerste te bewijzen dat u bij deze winkelier op een bepaalde dag de desbetreffende televisie hebt gekocht. Dit kunt u bijvoorbeeld doen door overlegging van een factuur met daarop de naam of het stempel van de winkelier en het type televisietoestel. Maar daarmee is nog niet gezegd dat die televisie een gebrek had waarvoor de winkelier aansprakelijk is. Ook dit zult u derhalve moeten bewijzen. Dat kan, afhankelijk van de omstandigheden, op verschillende manieren gebeuren. Bijvoorbeeld door aan te tonen dat de televisie brand heeft veroorzaakt, hetgeen door een schade-expert van de verzekeringsmaatschappij is vastgesteld, of dat de televisie op een bepaalde datum is onderzocht door een andere reparateur die een ernstig gebrek aantrof. U kunt (aangetekende) brieven laten zien, die u eerder al naar de winkelier hebt verzonden, en waarin u toen reeds kenbaar maakte dat er een bepaald gebrek was. U kunt eventueel ook getuigenverklaringen overleggen, waaruit blijkt dat de televisie op een bepaald moment een zeker gebrek vertoonde. Desnoods kunt de rechter verzoeken om de televisie zelf te komen bekijken om te beoordelen of er iets mis is met het apparaat. Wanneer het gebrek is opgetreden binnen een periode waarin een normale televisie dit gebrek niet had mogen vertonen (bijvoorbeeld binnen twee jaar na aanschaf is het beeld volledig weggevallen), dan kan, indien het bestaan van het gebrek eenmaal is aangetoond, daaruit vaak ook het bewijs worden geput dat de winkelier voor dit gebrek aansprakelijk is. Als de winkelier beweert dat de televisie geen gebrek had toen hij het apparaat aan de eiser verkocht, maar dat het gebrek later door onzorgvuldig handelen van de eiser zelf is opgetreden, zal hij dit toch enigszins aannemelijk moeten maken, bijvoorbeeld door naar de aard van het gebrek te wijzen (het beeld van de televisie vertoont aan de buitenkant zware krassen die duiden op een val).
Heeft het gebrek zich binnen de garantietermijn voorgedaan, dan levert dat de eiser een belangrijk bewijsvoordeel op. Hij behoeft slechts aan te tonen dat hij binnen die termijn bij de winkelier heeft geklaagd over het gebrek. Heeft de winkelier daar niet of niet bevredigend op gereageerd, dan rust op de winkelier de bewijslast dat er geen gebrek is of dat de eiser zelf schuldig is aan het ontstaan van dat gebrek. Dit bewijs zal niet eenvoudig door hem kunnen worden geleverd. Slaagt hij daarin niet, dan zal de kantonrechter op grond van de garantie de rechtsvordering van de eiser toewijzen.
Alle bewijsmiddelen zijn in beginsel toegelaten om uw stellingen te onderbouwen. Als mogelijkheden worden slechts genoemd:
a. schriftelijk contracten;
b. ondertekende kwitanties en schuldbekentenissen;
c. (aangetekende) brieven;
d. facturen, rekeningen en bankafschriften;
e. bonnetjes, notulen, agenda's;
f. schaderapporten van een schade-expert of andere deskundige;
g. onderzoeksverklaring van een gelijksoortige winkelier, reparateur, dienstverlener e.d.;
h. getuigenverklaringen van derden;
i. foto's, video-opnamen, geluidsbanden e.d.;
j. het tonen van gebrekkige of beschadigde producten.
Soms is het noodzakelijk, vóórdat u een rechtsvordering bij de kantonrechter kunt instellen, om de gedaagde eerst in de gelegenheid te stellen om alsnog datgene te doen wat u van hem verlangt. In het recht spreekt men dan van een ingebrekestelling. Het verdient aanbeveling om altijd, vóórdat u de dagvaarding door een deurwaarder laat betekenen, eerst zelf - per gewone post én bij aangetekend schrijven - een zogenaamde aanmaning naar de gedaagde te versturen, waarin u aangeeft wat u van hem verlangt en binnen welke redelijke termijn (bijvoorbeeld twee weken). Die aanmaning moet tevens duidelijk maken dat u, wanneer de gedaagde na het verstrijken van de genoemde termijn nog steeds niet naar behoren aan zijn verplichtingen heeft voldaan, een procedure aanhangig zult maken bij de kantonrechter of andere rechtsmaatregelen zult treffen, waarbij de proceskosten volledig aan de gedaagde in rekening zullen worden gebracht. U loopt dan nooit het risico dat de kantonrechter uw rechtsvordering afwijst louter vanwege het feit dat u niet kunt aantonen dat u de gedaagde schriftelijk in gebreke heeft gesteld. Zorg dat u een kopie van deze aanmaning als bewijsmiddel toevoegt.
Het is verstandig de bescheiden en producties, die als bewijsmiddelen kunnen dienen, direct bij de dagvaarding mee te laten betekenen (sedert 15 juli 2001 geldt op grond van art. 2 sub a van het Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders voor dagvaardingen immers een vast tarief, ongeacht het aantal pagina's en / of bijlagen) dan wel bij de inschrijving van het formulier B (zie art. 3.1 van het Landelijke rolreglement rechtbanken). Overlegging van producties bij conclusie van eis is niet langer mogelijk, omdat die conclusie als processtuk is komen te vervallen.
Leg altijd slechts kopieën van uw bewijsstukken over en behoudt de originelen zelf. Indien de wederpartij de echtheid van uw kopieën betwist, kunt u alsnog de originele stukken inbrengen.
BEWIJSAANBOD.
Nu in de nieuwe opzet eiser niet de zekerheid heeft dat er zal kunnen worden gerepliceerd, zou de dagvaarding wel eens het laatste processtuk kunnen zijn. Een bewijsaanbod - indien relevant - dient dus daarin te worden opgenomen. Art. 111 lid 3 Rv vereist - overigens niet op straffe van nietigheid - vermelding van eventuele getuigen die de eiser kan doen horen ter staving van de door de gedaagde betwiste gronden van zijn eis. Noem in elk geval die personen als getuigen die reeds een getuigenverklaring hebben afgegeven. Noem daarnaast andere personen die eventueel nog iets te uwe behoeven zouden kunnen verklaren. Later kunt u alsnog zien of u deze personen al dan niet als getuige oproept. Indien u nog in afwachting bent van andere bewijsmiddelen, bijvoorbeeld een rapport van een onderzoek van de gemeente dat nog gaande is, dient u dit tevens uitdrukkelijk te vermelden, opdat u het eventueel later alsnog als bewijsmiddel kunt overleggen.
REDENEN WAAROM.
Aan het einde - in het zogenaamde petitum - dient u aan te geven welke uitspraak u nu precies van de kantonrechter verlangt. Vaak zal het gaan om nakoming van de overeenkomst, in het bijzonder tot kosteloze herstel van de gekochte zaak of anders een vervangende nieuwe zaak of anders terugbetaling van de koopprijs van bijvoorbeeld EURO 2.000,--. In dat geval vordert u primair kosteloos herstel, subsidiair een vervangende zaak en meer subsidiair terugbetaling van de koopprijs. Uiteraard kunt u ook primair terugbetaling van de koopprijs verlangen enzovoorts. Let erop dat de kantonrechter, wanneer hij daarvoor gronden aanwezig acht, de primaire vordering zal toewijzen, waardoor hij niet meer toekomt aan de subsidiaire of meer subsidiaire vordering. Kies daarom de volgorde die u het meest wenselijk voorkomt.
Dikwijls vordert u alleen betaling van de koopprijs (nakoming) of schadevergoeding. Alsdan zou u het petitum als volgt kunnen omschrijven:
REDENEN WAAROM:
Eiser aan u, kantonrechter, verzoekt om de gedaagde bij vonnis te veroordelen om aan eiser tegen kwijting te betalen een bedrag van € ……., te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de dag der eerste ingebrekestelling (of der dagvaarding), zijnde ........ , tot aan de dag der algehele voldoening,
U vordert altijd dat de gedaagde zal worden veroordeeld in de proceskosten alsook dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad is. Dit laatste betekent dat, wanneer de kantonrechter uw vordering toewijst, u onmiddellijk - desnoods via beslaglegging door een deurwaarder - tot de tenuitvoerlegging mag overgaan, ook als de gedaagde in hoger beroep kan gaan of zal gaan. U behoeft de uitkomst van dat hoger beroep niet af te wachten, maar mag meteen van de gedaagde nakoming verlangen van hetgeen waartoe de kantonrechter hem heeft veroordeeld.
'De kosten dezes zijn voor mij, deurwaarder'.
Op grond van art. 45 lid 3 Rv dient elk exploot en afschrift daarvan door de deurwaarder te worden ondertekend. Tevens moeten de kosten van de deurwaarder ter zake van het betekenen van de dagvaarding daarin worden vermeld. Uiteraard vult de deurwaarder dit in.
|